Een lichtschakelaar zit vaak op een handige plek: naast de deur, op ooghoogte, precies waar je ook wel een stopcontact zou willen. En er zit stroom achter. Een schakelaar ombouwen naar een stopcontact klinkt daarom eenvoudig. Toch kan dat meestal niet zomaar. Een lichtschakelaar gebruikt namelijk andere draden dan een stopcontact. Vaak ontbreekt precies die draad die je voor een stopcontact nodig hebt.
Welke draden zitten er achter een lichtschakelaar?
Een gewone lichtschakelaar onderbreekt de stroom naar een lamp. Daarvoor zijn meestal twee draden nodig:
- een bruine fasedraad
- een zwarte schakeldraad
De bruine draad brengt spanning naar de schakelaar (aanvoer). Als je de schakelaar aanzet, wordt de bruine draad verbonden met de zwarte draad. Via die zwarte draad gaat de spanning naar de lamp.
De blauwe nuldraad (afvoer) loopt meestal rechtstreeks van de centraaldoos naar de lamp. Die hoeft daarom niet langs de lichtschakelaar te lopen. De tweepolige schakelaar is hierop een uitzondering. Lees meer over schakelingen in ons klusblog over schakelaars en schakelingen.


Waarom heeft een stopcontact meer draden nodig?
Een apparaat dat je op een stopcontact aansluit, heeft een volledige stroomkring nodig. Daarvoor moeten in ieder geval deze draden aanwezig zijn:
- bruin voor de fase
- blauw voor de nul
Voor een geaard stopcontact is ook een geel-groene aardedraad nodig.
Achter een lichtschakelaar ontbreekt de blauwe nuldraad vaak. Er zit dan wel spanning achter de schakelaar, maar je kunt daar nog geen stopcontact op aansluiten.
Kun je de zwarte draad als nuldraad gebruiken?
Nee. De zwarte draad is een schakeldraad. Het is geen nuldraad. De zwarte draad voert spanning naar de lamp wanneer de schakelaar aanstaat. Je mag deze draad daarom niet gebruiken alsof het een blauwe nuldraad is.
De kleuren van installatiedraad zijn niet willekeurig. Ze geven aan waarvoor de draad wordt gebruikt. Als je kleuren door elkaar gebruikt, wordt de installatie onduidelijk. Dat kan later voor gevaarlijke situaties zorgen.
In oudere woningen kun je andere draadkleuren tegenkomen. Lees daarover meer in ons blog over oude en nieuwe kleuren elektradraad.
Wanneer kan er wel een stopcontact komen?
Soms is het wel mogelijk om op de plek van een lichtschakelaar een stopcontact te maken. De juiste draden moeten dan al in de inbouwdoos zitten of door de bestaande elektrabuis kunnen worden bijgetrokken.
Meestal moet er een blauwe nuldraad worden aangelegd vanuit de centraaldoos. Voor een geaard stopcontact heb je ook een geel-groene aardedraad nodig.
Of dat lukt, hangt onder andere af van:
- waar de elektrabuis naartoe loopt
- hoeveel ruimte er nog in de buis zit
- hoeveel draden er al door de buis lopen
- de staat van de bestaande installatie
- de aanwezigheid van aarding
- de groep waarop het stopcontact wordt aangesloten
Alleen naar de zichtbare draadkleuren kijken is daarom niet genoeg. Je moet ook weten waar de draden vandaan komen en waar ze naartoe lopen.
Eerst controleren, dan beslissen
Aan de buitenkant van een lichtschakelaar kun je niet zien welke draden erachter zitten. Zelfs met de afdekking eraf is niet altijd direct duidelijk hoe de installatie is aangelegd.
Werk nooit aan een schakelaar of stopcontact terwijl er spanning op staat. Schakel de juiste groep uit en controleer met een geschikt meetinstrument zoals een spanningstester of de installatie echt spanningsloos is. Een simpele spanningzoeker-schroevendraaier is daarvoor niet betrouwbaar genoeg.
Weet je niet zeker welke draden je ziet, waar ze vandaan komen of hoe het met de aarding zit? Laat de situatie dan controleren door een elektricien.
Zo controleer je zelf welke draden aan jouw schakelaar zitten. Je haalt natuurlijk eerst even de spanning eraf door de groep in de meterkast uit te schakelen.


Is er genoeg ruimte in de inbouwdoos?
De bedrading is niet het enige aandachtspunt. Ook de ruimte achter de schakelaar kan een probleem zijn.
Een stopcontact of een combinatie van een schakelaar en stopcontact neemt vaak meer ruimte in dan een gewone lichtschakelaar. Extra draden en lasklemmen hebben ook ruimte nodig.
Vooral oude of ondiepe inbouwdozen kunnen te klein zijn. Je moet draden nooit met kracht achter het basiselement proppen. Daardoor kunnen draden, aansluitklemmen of het basiselement beschadigd raken.
Soms is een diepere of extra inbouwdoos nodig. Dan moet niet alleen de bedrading, maar ook de wand worden aangepast.
Kun je een ongeaard stopcontact plaatsen?
In oudere woningen zijn de stopcontacten in woon- en slaapkamers soms niet geaard. Dat betekent niet automatisch dat je op een nieuwe plek zomaar een ongeaard stopcontact kunt toevoegen.
Een nieuw stopcontact is een wijziging of uitbreiding van de elektrische installatie. Daarbij moet je rekening houden met de regels die voor zo’n aanpassing gelden.
Plaats ook nooit een stopcontact met randaarde als er geen werkende aardedraad is aangesloten. De metalen aardcontacten geven dan de indruk dat het stopcontact geaard is, terwijl dat niet zo is.
Je kunt meer lezen over stopcontacten in onze klusblog over stopcontacten.
Wat als je de lamp wilt blijven bedienen?
Misschien wil je op dezelfde plek zowel een lamp blijven schakelen als een stopcontact plaatsen. Dan heb je een combinatie van een schakelaar en een wandcontactdoos nodig.
Ook hiervoor moeten de juiste draden aanwezig zijn. Meestal gaat het om:
- bruin voor de permanente fase
- blauw voor de nul
- zwart als schakeldraad naar de lamp
- geel-groen voor de aarde
Het stopcontact moet permanent spanning houden. Het is (meestal) niet de bedoeling dat het alleen werkt wanneer de lamp aanstaat.
Zo’n combinatie-element past bovendien niet altijd in dezelfde inbouwdoos. Soms is er een tweede inbouwdoos nodig of moet de bestaande doos worden aangepast. Combinatie-elementen zijn er van alle grote merken.


Kun je een lichtschakelaar dus vervangen door een stopcontact?
Meestal niet zonder extra werk.
Achter een lichtschakelaar zitten vaak alleen een bruine fasedraad en een zwarte schakeldraad. De blauwe nuldraad en de geel-groene aardedraad ontbreken meestal.
Een stopcontact kan er alleen komen als de juiste bedrading aanwezig is of veilig kan worden aangelegd. Kijk dus niet alleen of er stroom achter de schakelaar zit, maar vooral welke draden er zitten en hoe de installatie is opgebouwd.


